Gewoon Klaartje Boon

Als mijn moeder perse even langs de Slegte wil, omdat ze wil kijken of er misschien een tweedehands exemplaar is, van een boek dat ze wil hebben. Slenter ik richting kinderafdeling. Ik weet niet waarom ik dat doe, het gebeurt gewoon. Mijn oog valt direct op een stapeltje exemplaren van “Gewoon Klaartje Boon”. En enthousiast roep ik uit, “oh, dat is mijn lievelings”.

Want niets aan Klaartje Boon is gewoon. Klaartje Boon is een grappig meisje uit een niet zo gewone familie, die het soms belangrijker vind om een boom te redden, dan op tijd in de schoolbanken te zitten. Haar juf is het daar niet zo mee eens. Maar haar juf is dan ook van het soort dat vind dat kinderen moeten luisteren en dat je daarom gemene dingen tegen ze mag zeggen zonder dat zij iets terug mogen zeggen. Hoe kan zo’n meisje niet tot je lievlingsfiguurtjes behoren?

De meneer die in de winkel werkt bij de afdeling kinderboeken vind het nogal verdacht. En staakt zijn boekenrechtzetwerkzaamheden meteen om te komen kijken wie daar zo enthousiast staat te doen en om welk boek het dan precies gaat. Als hij mij met Klaartje Boon ziet glimlacht hij eventjes, alsof hij zeggen wil dat hij het helemaal snapt dat ik dit meisje in mijn hart heb gesloten.

Op mijn werk reageren een aantal moeders enthousiast als ze mijn boek zien liggen. Want nadat ik het zelf gelezen heb kan ik het niet laten om het ook nog eens een keertje voor te lezen en te kijken of de kinderen er even veel lol om hebben als ik. Ik geloof dat het alleen meer iets is voor grote mensen die stiekem nog een beetje kind willen zijn, want de mama’s reageren veel enthousiaster.

Je bent mooi

Van morgen hing metrostation Capelsebrug vol met post it’s. Ik kon niet zien wat er op stond, want het is een station waar ik alleen maar voorbij rij. Terwijl ik me afvroeg wat er op stond, en mijn fantasie op hol sloeg was ik te laat om er een foto van te maken.

Hoewel ik heus wel snap dat het zeer waarschijnlijk een voorgedrukte reclame stunt is, fantaseerde ik  hoe op ieder briefje iets unieks stond in mooie handgeschreven lettertjes. Zoals ik ze zelf ook regelmatig heb achtergelaten op menig damestoilet. Geïnspireerd door de dames van “je bent mooi”.

Want wat is er nu leuker dan zomaar onverwacht een lief briefje te vinden dat je verteld dat jij dus echt wel even meer dan de moeite waard bent?

A blog a day, keeps the doctor away!!!!

Kennelijk is het in om voor jezelf te bloggen. En uit om toe te geven dat je eigenlijk gewoon een beetje aandachtsgeil bent, en gelezen hoopt te worden. Maar omdat de openlijk aandachtsgeile mensen kritiek hebben op de “Ik blog alleen voor mezelf” bloggers hebben de “ik blog alleen voor mezelf” bloggers iets verzonnen om terug te slaan.

Tegenwoordig bloggen de “Ik blog alleen voor mezelf” bloggers vooral therapeutisch. Het schijnt een heel goed middeltje te zijn tegen allerhande neuroses, fobieën, stoornissen en andere kwaaltjes. Ook wordt je er minder snel oud, verzuurd en verbitterd van, zo schijnt. Eigenlijk is bloggen dus de oplossing om flink te kunnen besparen op geestelijke gezondheidszorg.

Bloggers zouden zodoende een fikse korting behoren te krijgen op hun ziektekosten verzekering. Want, a blog a day, keeps the doctor away. 

Onafhankelijk?

Ik heb een vrij onbetekenend blog, met maximaal 100 lezers per dag. Het kan dus niemand iets schelen wat ik hier doe. Al wil ik iedere dag reclame maken voor Jane Norman jurkjes, skunkfunk tassen of Desigual jassen. Het zal niemand iets boeien, omdat het als enthousiastme  wordt gezien.

Als ik meer dan 100 lezers per dag zou hebben en bovendien ook nog betaald zou worden door de merken die ik leuk vind is het ineens wel een probleem als ik hier nog steeds vanuit mijn enthousiastme over schrijf. En dat vind ik eigenlijk wel een beetje raar.

Waarom doen we met zijn allen zo moeilijk als iemand geld verdient met hetgeen dat hij of zij graag doet? Bovendien waar ligt de grens? Mag men wel een review voor een product schrijven in ruil voor het uitproberen van dat product? Of vinden de heren en dames critici dat ook al not done?

Bovendien is er altijd een risico dat een blog niet helemaal onafhankelijk is. Als ik nu beweer dat Bloomfield de meest geweldige band ever is, en dat iedereen de EP inwording moet kopen, komt dat natuurlijk over als een doorgeslagen fan die gewoon het bandje waar ze fan van is wil promoten. Niets mis mee, ik krijg er niet voor betaald tenslotte. Maar hoe onafhankelijk ben ik als ik dit beweer? Ben ik niet beïnvloed door het feit dat het meisje uit de band een vriendinnetje van mij is?

Geloofwaardiger wordt het al beweer dat Einsteinbarbie helemaal geweldig is en dat iedereen aanstaande zaterdag naar de Melkweg moet komen om ze door de finale van de grote prijs van Nederland heen te slepen. Ik ken deze mensen niet persoonlijk. Hoewel ik heel blij ben dat ze mijn Facebook vriendjes zijn, en het natuurlijk ook leuk vind dat ze mij als fan herkennen in de zaal hebben ze nog nooit op mijn bank gezeten voor een kopje thee. Deze mededeling is dus al een stuk onafhankelijker. En ik ben al een stuk meer de doorgedraaide fan.

Wat ik maar wil zeggen is, niet alleen of je betaald word voor een stukje of een product bepaalt hoe onafhankelijk je bent. Als ik reclame wil maken voor vrienden kan ik dat net zo goed heel stiekem in een stukje verwerken zodat het lijkt alsof het heel onafhankelijk is. Maar goed, ik gaf het al aan, dit is maar een onbetekenend blog, ik heb maximaal 100 lezers, dus wat kan het iemand schelen wat ik hier doe?

Kroket

Ik win nooit iets, maar van de week was ik de gelukkige winnaar van een kroket bij de plaatselijke snackbar. Je kon ook softijsjes winnen, of milkshakes, zelfs patat, maar ik moest weer zo nodig een kroket winnen. Even voelde ik me in dubio staan, moest ik het briefje waarop mijn prijs stond gewoon weggooien? Het weggeven aan iemand anders? Vragen om een andere prijs?

Uiteindelijk besloot ik een klein meisje gelukkig te maken met mijn kroket. Haar moeder zag het enigszins wantrouwend aan. Was ik soms niet zo’n krokettenpersoon? Was er iets mis met de kroketten van hier? Was ik niet helemaal lekker?

Maar toen ik mompelde dat ik vegetariër ben en zodoende niets aan mijn prijs had keek ze opgelucht.
Haar dochtertje kon het nog niet helemaal geloven, “krijg ik echt een kroket mama, wat lief van die mevrouw”. En even wist ik dat ik geen mooiere prijs had kunnen winnen.

10 mensen waar ik echt van hou

Op twitter is het een trending topic, en ik heb al een tijdje geen lijstjes meer gemaakt. Hoogste tijd dus. Daarom 10 mensen waarvan ik echt hou.

1 Mijn moeder, omdat ze mijn moeder  is, mij altijd accepteert precies zoals ik ben, ook als dat soms eens niet zo leuk of overdreven hysterisch is.

1a, Kleine meid. gewoon omdat ze bestaat.

2 Mijn zusjes staan samen op twee, anders denkt de een weer dat ik de ander voortrek. Ze zijn allebei verschillend, en ook weer heel anders dan ik, maar we zijn zusjes, en hebben een bijzondere band.

3 Shopvriendin hoewel we de laatste tijd bijna niet aan shoppen toekomen door onze verhuizingen en andere drukke bezigheden hou ik van haar alsof ze mijn zusje is. Ik kan bij haar brak op de bank zitten en alleen maar tv kijken, maar ook  nieuwe creaties naaien, een museum bezoeken of samen op vakantie.

4 Lucinda, ik ken haar nog niet zo lang, maar het lijkt alsof we elkaar al eeuwig kennen. Er is niemand waarmee ik zo goed kan kamperen, hunnebedden beklimmen op gouden schoentjes of badderen met pearls of plasure (don’t ask). Ook prima materiaal voor buikdanslesjes, wijn drinken in bed of vage festivals in de achterhoek.

5 Romeo, samen uit de kast en samen uit de bezemkast, een heerlijk nuchter klankbord.

6 High school lover, we zijn nu allebei 30 en hij heeft een vaste relatie, dus onze bruiloft gaat niet door. Toch hou ik van hem, en zien we elkaar veel te weinig!

7 Neelis we deelde een kindertijd, een middelbareschooltijd, een Apollo tijd, we waren er toen die eerste serieuze relatie uit ging, en ook bij de tweerde, de derde en de vierde. Ideaal voor dierentuin bezoeken of spontane roadtripjes naar Frankrijk of Drenthe.

8 Visje, wij deelden samen lief en leed, bespraken onze liefdesleven onder het hardlopen, hoewel jij nu even in een moeilijk tijd zit en we elkaar daardoor niet meer drie keer per week kunnen zien blijf je een speciaal plekje houden.

9 de Gitarist, omdat je Fanclubben in mijn leven introduceerde, omdat jij altijd blijft geloven in je dromen en daar keihard voor werkt, omdat je een luisterend oor bent, en altijd met ongevraagd advies klaar staat.

10 Mijn drie lieve heksenvriendinnetjes, jullie weten wie jullie zijn, allemaal totaal verschillend, maar allemaal mooie, krachtige vrouwen die ik bewonder om hun eigen unieke zijn. Soms heb ik meer met de een, dan weer meer met de ander, maar jullie hebben alle drie een plekje in mijn hart veroverd.

Natuurlijk zijn er meer mensen waarvan ik hou, natuurlijk is deze lijst niet volledig. Ja, ik heb ook een vader, en ja ik hou van hem. En ja er zijn meer mensen waarover ik blog die een speciaal plekje in mijn hart hebben ingenomen. En ja de volgorde is min of meer willekeurig. Des al niet te min zijn dit de (meer dan) 10 mensen die ik even extra wil laten weten dat ik van ze hou.

Andere levens

Sinds kort werk ik ook op de peuterspeelzaal. Alles op de peuterspeelzaal gaat anders dan op de BSO. Ouders zijn niet moe van het werken als ze hun kind komen halen, en verwachten echt een uitgebreide overdracht. Om maar een voorbeeld te noemen. Iets waar ik best even aan moest wennen. Ik ben gewend dat ouders halverwege mijn grappige anekdote over de belevenissen van hun kind weglopen. Of mij niet begrijpend aan kijken omdat ze echt niet snappen wat er nu zo hilarisch is.

Want zeg nu zelf, wat is er nu grappig aan een kind dat met een stalen gezicht zegt dat in de tweede wereldoorlog Frankrijk, Nederland een kopje kleiner wilde maken. En daarin geslaagd is, wat de reden is dat ons landje zo klein is. 

Of aan een jongetje dat beweerd dat er een auto is die op zonnen energie werkt, en dat dat echt heel effectief is want het is de snelste auto ter wereld, hij gaat wel 10 km per uur.

Om nog maar te zwijgen over het jongetje die, toen ik hem vroeg of hij ook een zin  kon gebruiken bij het vragen om het brood, met veel bombarie riep “Yo yo, juf pase me die brood”.

Ook anders is dat ik nu een overdrachtsdocument moet invullen voor de kinderen die naar de basisschool gaan. Vandaag moest ik dat voor het eerst doen. Dus ik deed er natuurlijk extra mijn best op. Terwijl ik de gegevens van het kindje invul valt mijn oog op de geboortedatum van moeder. Ze is maar een maand ouder dan ik. En wat een verschil zit er tussen onze levens.

Waar zij moeder van twee kinderen is en de rest van haar dagen vult met huisvrouw zijn is mijn huis een grote bende en ren ik van werklocatie naar werklocatie. Ondertussen krijg ik steeds vaker de vraag der vragen. “Zeg, Miss, wanneer ga jij nu eens aan kinderen beginnen?” Voorheen volstond het als ik dat weg wuifde met een vaag ja, ooit, of misschien wel nooit, gebaar. Maar nu ik dertig ben lijkt het alsof mijn omgeving mijn biologisch klok voelt tikken. En kom ik daar niet meer mee weg. “Je zou een leuke moeder zijn, wil je echt geen kinderen.” Het klinkt misschien arrogant, maar ik weet dat ik een leuke moeder zou zijn.

En toch is die druk weg. Toen ik jonger was wilde ik niets liever dan moeder worden. Ik kon me niet voorstellen dat mijn leven compleet zou zijn zonder kinderen. Ik had het al helemaal bedacht, op mijn 25e zou ik een bekende donor zoeken, want kinderen hebben er in mijn ogen recht om te weten wie hun vader en moeder zijn. En dan zou ik samen met mijn toenmalige vriendinnetje een gezinnetje gaan stichten. Ik zag het al helemaal voor me en we hadden regelmatig gesprekken over wie die donor zou kunnen zijn of welke wieg er gebruikt zou gaan worden.

Maar het noodlot sloeg toe, onze liefde bleek toch niet voor eeuwig. En om nu bij elkaar te blijven om die kinderwens in vervulling te zien gaan leek me ook geen goed idee. Bij iedere doos die ik inpakte wist ik dat die kinderen niet meer zouden komen, maar dat ik de goede keus maakte. Nu ik 30 ben sta ik daar nog steeds achter. Het voelt niet als een gemis. Ik ben belangrijk in het leven van zoveel kinderen, die niet biologisch van mij zijn, maar wel aan mijn zorg toevertrouwd worden. Daar haal ik voorlopig genoeg voldoening uit. Misschien verander ik ooit nog eens van gedachten. Misschien moet ik die klok die mijn omgeving schijnt te horen tikken ook horen. Maar misschien, heel misschien is het ook wel goed zo, gewoon zoals het is.

#BOT 1 Balans


Op de blogs van Linda en Ruud zag ik iets over een #BOT (blog op thema) wat dat precies is weet ik niet, en of ik dit eigenlijk op een andere dag had behoren te doen weet ik ook niet. Maar het thema sloot zo mooi aan bij een verhaal dat ik een paar jaar gleden schreef dat ik maar gewoon in het diepe duik en dat publiceer. Hoor vanzelf wel of ik het goed heb gedaan 🙂  

Balanceren
Ik bevind me op de dunne scheidslijn tussen kind en volwassene, tussen meisje en vrouw. Niet meer het een, nog niet helemaal het ander. Morgen word ik achttien, dan laat ik mijn jeugd officieel achter me. Ik zou me moeten verheugen over de mogelijkheden die dat mij brengt, maar ik voel me als een koorddanseres die haar evenwicht verliest op een slap koord en toch haar hoofd omhoog houdt, er  het beste van probeert te maken. Ik heb geen keus. 
Morgen word ik achttien en vandaag kijk ik terug op mijn jeugd. Ik moet de balans opmaken van het kind dat ik was en de vrouw die ik onderweg ben te worden. Ik zal proberen de geschiedenis niet te vervalsen, niet te liegen, niet te overdrijven of er dingen bij te verzinnen die het mooier of grappiger maken. Ik zal de waarheid vertellen, naakt en rouw zoals de waarheid vaak is, ik zal haar niet polijsten, niet oppoetsen.
Ik ben geboren, dat doen kinderen meestal, maar ik ben geboren als oudste dochter in een lijn van vijf prachtige meiden. Mijn vader noemde mij het oefenkind, ik ben dan ook het minst gelukt, alle gebreken zitten bij mij, ik draag een bril, heb kromme tenen, mijn haar pluist altijd weerbarstig de verkeerde kant op en dan ben ik ook nog eens van de verkeerde kant. Ieder exemplaar na mij werd net iets mooier, iets knapper, iets beter. Soms verdenk ik mijn ouders ervan dat ze doorgingen tot ze hun ideale prinsesje kregen. Dat is ze gelukt, voor mij rest er niets anders dan te leven met mijn gebreken in de wetenschap dat het allemaal toch niets uitmaakt. Wat ik ook doe het zal niet zo geweldig zijn als van de jongste, een perfectere versie van mij in het klein. Dat geeft rust.
Als ik terugkijk op mijn jeugd was dit een gelukkige, onderin mijn boekenkast staan rijen met fotoalbums om dit te bewijzen. Lachende gezichten kijken je aan in verre oorden, pretparken en op familiefeestjes. Misschien geeft dit ook wel een vertekend beeld van de werkelijkheid. Mensen maken nu eenmaal graag foto´s op momenten dat iedereen lacht, dat het wel leuk moet zijn, en als het niet leuk genoeg is zeggen we `kaas´ en lacht iedereen alsnog. Kijk maar eens in je eigen fotoalbum, hoeveel foto´s kom jij tegen van begrafenissen, scheidingen of familiedrama´s? Ondanks dit besef blader ik graag door die albums, kijk ik graag naar die lachende gezichten en zie ik ze als een bewijs, ooit was ik gelukkig.
Dat wil niet zeggen dat mijn jeugd een met rozen bezaaid pad was. En als dat wel zo was dan waren ze in ieder geval vergeten de dorens eraf te halen. Maar ik denk dat het redelijk standaard te noemen was. Mijn ouders zijn nog getrouwd, of dit ook gelukkig is betwijfel ik, ieder weekend vechten ze elkaar het kot uit. “Nina”, zegt mijn moeder dan, “Nina denk goed na voordat je trouwt”, haar blik gaat dan naar mijn vader. Een blik die zegt dat zij niet goed nagedacht heeft. Ik beloof haar dat ik goed zal nadenken. Maar eigenlijk ben ik helemaal niet van plan te gaan trouwen. Ik denk dat ik in de wieg gelegd ben voor iets grootser dan dat. Ik moet totaal onafhankelijk zijn, de wereld bereizen, studeren en dansen op mijn blote voeten, ik heb geen tijd voor trouwen, geen tijd om iemand te leren kennen die zich met alles wil bemoeien. Ik moet vrij zijn. 
Mijn ouders zijn dus getrouwd en ik ben nooit iets te kort gekomen, nog voor ik kon bedenken dat ik iets wilde hebben had ik het. Daarom heb ik nu een verzameling van vijftig barbies in een doos in de kelder staan, naast  een stapel jeugdboekenseries, videobanden en cd’s. Mijn moeder was zo’n moeder met koekjes en thee. Dus ook aan aandacht geen gebrek. Ik kom uit wat je zou kunnen noemen een warm nest. De buurtkinderen kwamen mijn moeder ophalen om te vragen of ze kwam buitenspelen. Ik denk dat ze graag verkeerden in haar warmte. Dat ze wilden dat hun moeder ook een moeder met koekjes en thee was. “Nina, bij jou was het altijd zo gezellig”, zei een van de buurmeisjes laatst nog. Ik moest daar van huilen. De tranen bleven maar uit mijn ogen lopen, ik denk eerlijk waar dat je een bad had kunnen vullen met mijn tranen. Het gaat hem om het woordje `was´, alsof het verleden tijd is. Alsof alle gezelligheid verdwenen is. En misschien slaat ze daarmee wel de spijker op zijn kop.
Nu ik bijna achttien ben, door de schijn van het huwelijk van mijn ouders heenkijk, nu ik me de verhalen achter de foto’s met al die lachende gezichtjes probeer te herinneren, nu ik de balans op maak van mijn jeugd en weet dat wij helemaal niet zo standaard zijn en dat mijn geluk misschien geen echt geluk is geweest slaat de angst mij om het hart. Nu ik weet dat mijn moeder daar wel zat met koekjes en thee, maar dat dat eigenlijk het enige was wat ze nog deed. Nu ik mijn jeugd achter me laat voel ik een zware last op mijn schouders. Ik moet het beter doen.
 Ik moet een betere versie van mijn ouders worden, in het klein. Dansend op een slap koord probeer ik met opgeheven hoofd de wereld in te kijken. Maar ik ben daar niet langer toe in staat. Nooit meer zal ik zo jong zijn als nu. Nooit meer zal ik een kind mogen zijn en er naïef op kunnen vertrouwen dat mijn moeder daar altijd zal blijven zitten met koekjes en thee. Nooit meer zal ik erop kunnen vertrouwen dat mijn wensen vervuld worden nog voordat ik me ervan bewust ben dat ik ze heb.
Morgen zal ik geen kind meer zijn, ik zal mijn jeugd achter me laten, van me afschudden. Ik zal een vrouw worden en het vanaf dan helemaal zelf moeten doen.

Afscheid

Mijn collegaatje is nog geen week weg of het volgende afscheidsetentje  dient zich alweer aan. Op een december is mijn leidinggevende voor het laatst. Je zou zeggen dat je er aan wend, afscheid nemen, opnieuw beginnen. Maar het kost me steeds meer moeite. In de bijna vijf jaar dat ik hier werk heb ik zes verschillende leidinggevende gehad en heb ik een stuk of acht collega’s zien komen en gaan.

En iedere keer heb ik me flexibel opgesteld, paste ik me aan aan de nieuwe omstandigheden. Maar ik begin steeds meer te merken dat de rek eruit is. Dat ik me niet meer aan kan passen. Dat ik moe ben, zo moe. En hoe ik ook slaap, ik krijg het niet bijgeslapen.

Ondertussen probeer ik mezelf op te vrolijken met kleine behapbare projectjes. Weer beginnen met bloggen. Foto’s maken voor mijn vroegere penvriendinnetje uit Indonesië. Ik heb mezelf tot doel gesteld haar iedere dag een foto te sturen van iets dat  typisch Nederlands of iets dat  typisch mij is. Ze reageert zo enthousiast dat het bijna lijkt alsof ik iets heel verantwoords doe.Iets waarop echt iemand zit te wachtten.

Van die momenten


Als ik in de trein zit, op weg naar een concert, komt er iemand binnen waarvan ik af en toe haar blog lees. Ik weet niet zeker of ze het is, maar wel bijna zeker. Aanspreken durf ik haar niet, want stel je voor dat ik er toch naast zit? Mijn vingers nemen het van me over en twitteren mijn dilemma. He getsie denk, want stel je voor dat ze het wel is, en dat ze dan thuis mijn tweet leest, dat is ook stom. Ik weet niet meer wat ik moet doen. Ik kijk van mijn telefoon naar de bloggende vrouw. Ze lijkt wel heel erg op haar avatar, en ik zou toch zweren dat ze dezelfde bril draagt. Bovendien weet ik dat ze in deze stad woont. 
Nadat ik een tijdje in dialoog ben met mezelf besluit ik dat het stommer is als ze het wel is en mijn tweet thuis leest en dan voor eeuwig weet dat ik een lafaard ben dan dat ik een onbekende aanspreek die ik voor iemand aan zie die ze niet blijkt te zijn.
“Mag ik u iets vragen”, hoor ik mezelf zeggen. “Bent u misschien die en die?”. De vrouw kijkt me aan. “Van dat en dat blog, voeg ik er voor de zekerheid aan toe”. Ze knikt, maar kan mij niet plaatsen. Ik leg uit wie ik ben, en ze herinnert zich mij weer, of doet in ieder geval net alsof ze zich mij herinnert. Ik haal opgelucht adem. We wisselen wat beleefdheden uit. Dan hebben we het over muziek. Ze vraagt of ik Beth Hart ken, en wat ik van Ellen ten Damme vind. Natuurlijk ken ik die, denk ik, welke lesbo kent die niet. En echt, het is dat ik haar blog zo af en toe lees, en weet dat ze al een eeuwigheid iets heeft met vriendje lief, maar anders……
Als ze de trein uitstapt loopt er een lesbisch ogend meisje met haar mee, ze wenst me veel plezier met mijn concert, en geeft me een knipoog voordat ze verdwijnt. Oh god, ook dat nog denk ik, mijn gestuntel met het wel of niet aanspreken, en daarna ons gesprekje over muziek die erg aanslaat bij lesbische dames is op vreemde overgekomen als niets meer dan een ondoorzichtige flirt.
Wat kan mij het ook schelen, ik heb mezelf overstegen, haar aangesproken en, ze was het! Met een glimlach op mijn gezicht vervolg ik mijn weg.